Beginpagina

Workshops

WS-00330 D

Tuinieren in de binnentuin: bakken, hoogte en veilige

Richt een binnentuin in met verhoogde bakken, gereedschap op hoogte en veilige planten. Met taken die ook met een rollator lukken.

Fiche nagekeken op 1320 woorden2 bronnen

Waar de fiche ligt
Workshops · Ref. WS-003
Wat de fiche aanhaalt
rhs.org.uk, cdc.gov
Inkeping van de lade
Minder dan 30 dagen · Fiche nagekeken op · Terug naar de lade
Een verhoogde houten plantenbak op 80 centimeter hoogte in een lichte binnentuin, gevuld met munt en bieslook, een gieter van 2 liter op een verrijdbaar plateau ernaast, zacht ochtendlicht door een groot raam, close-up van de bak en de handen van een bewoner die een blad plukt.
Blad WS-003 Een verhoogde houten plantenbak op 80 centimeter hoogte in een lichte binnentuin, gevuld met munt en bieslook, een gieter van 2 liter op een verrijdbaar plateau ernaast, zacht ochtendlicht door een groot raam, close-up van de bak en de handen van een bewoner die een blad plukt.

Een binnentuin voor bewoners richt je in met verhoogde bakken op 70 tot 90 centimeter, gereedschap met lange steel en planten die niet giftig zijn. Je verdeelt de taken zo dat iemand met een rollator rechtop kan zaaien, water geven en oogsten. Zo wordt tuinieren een activiteit die meegaat met wat iemand nog kan. Dit is precies het soort vakwerk dat ook in de groenteteelt terugkomt, waar teeltkeuze en indeling van het perceel samengaan, zoals te lezen is in het vakblad over tuinbouw dat de teelt in de volle grond en onder tunnel beschrijft.

Hoe richt je een binnentuin in voor bewoners?

Begin bij de looproute. Een binnentuin werkt alleen als je er met een rollator of rolstoel langs kunt. Houd paden van 120 centimeter breed, zodat twee rollators elkaar kunnen passeren. Zet de bakken in een L of U, niet in losse eilanden. Zo blijft er een rustige binnenruimte over waar je met een groep kunt zitten.

Kies voor verhoogde bakken met een werkhoogte tussen 70 en 90 centimeter. Voor een zittende bewoner is 70 centimeter goed, voor iemand die staat 90 centimeter. Een bak met wielen onder de poten kun je verrijden als de groep kleiner is. Zet de bakken niet voor een raam dat te fel licht geeft, want dan wordt het te warm en droogt de grond snel uit.

Denk aan de vloer. Een tegelvloer is makkelijk schoon te houden, maar wordt glad bij water morsen. Leg bij de waterkraan een antislippmat. Zet een emmer op een verrijdbaar plateau, zodat niemand hoeft te tillen. Een gieter van 5 liter is voor veel bewoners te zwaar; gebruik een gieter van 2 liter of een slang met een tuit.

Verdeel de tuin in zones. Een zone met geurende planten bij de zitbank, een zone met eetbare planten bij de tafel, en een zone met bloemen voor de vaas. Elke zone krijgt een eigen bak en een eigen taak. Zo weet iedereen wat er die dag te doen is.

Welk gereedschap werkt op hoogte?

Gereedschap op hoogte heeft een lange steel en een lichte kop. Een schoffel met een steel van 120 centimeter laat je rechtop werken. Een hark met een smalle kop past tussen planten. Een snoeischaar met een ratelmechanisme vraagt minder knijpkracht dan een gewone schaar.

Kies gereedschap met een handgreep die niet rond is maar ovaal of met een zachte bekleding. Dat houdt de pols in een rustige stand. Voor bewoners met een zwakke greep is een handschoen met grip op de vingers een hulpmiddel. Een polsbandje met lus voorkomt dat het gereedschap valt.

Zet een gereedschapsbord op ooghoogte naast de bak. Daar hangt elk stuk op een eigen haak, met een pictogram erbij. Zo pak je zelf wat je nodig hebt en zie je meteen wat er ontbreekt. Een emmer met een hengsel dat je om de pols kunt hangen, werkt beter dan een emmer die je moet dragen.

Voor het water geven gebruik je een gieter met een lange tuit. Een tuinslang met een sproeikop op een haspel is handig, maar let op dat de slang niet over het pad slingert. Leg de slang in een goot of onder een rand. Een regenton met een kraan op 60 centimeter hoogte vult een gieter zonder tillen.

Welke planten zijn veilig in een zorgtuin?

Veilige planten in een zorgtuin zijn niet giftig bij aanraking of inslikken. Denk aan munt, bieslook, citroenmelisse, oregano en tijm. Deze kruiden geuren sterk, groeien in een bak en kun je met de hand plukken. Ook Oost-Indische kers, viooltjes en goudsbloem zijn eetbaar en kleurrijk.

Vermijd planten met giftige bessen of sap. Voorbeelden zijn taxus, vingerhoedskruid, monnikskap en de bessen van de liguster. Ook de kerstroos en de oleander blijven buiten de bak. Een bewoner met dementie stopt soms iets in de mond; kies dan alleen planten die je zonder gevaar kunt proeven.

Let op doornen en scherpe randen. Rozen met stekels vragen handschoenen en een snoeischaar. Een distel of een plant met weerhaken aan de bladeren is onhandig. Kies liever een plant die je met de hand kunt aanraken, zoals lavendel of salie.

Denk aan de luchtwegen. Sterk geurende planten in een gesloten ruimte kunnen prikkelen. Zet een bak met munt niet direct naast de eettafel. Een prikkelarme hoek met alleen groen blad, zoals een varen of een sansevieria, geeft rust aan bewoners die snel overprikkeld raken.

Hoe verdeel je de taken met een rollator?

Verdeel de taken naar hoogte en naar beweging. Een bewoner met een rollator kan rechtop zaaien in een bak van 90 centimeter, water geven met een gieter van 2 liter en bladeren afknippen met een snoeischaar. Een bewoner in een rolstoel werkt aan een bak van 70 centimeter met een schuin blad, zodat de armen ontspannen blijven.

Maak een takenkaart per bak. Op de kaart staat een pictogram, de taak en de naam van de bewoner. Een voorbeeld: bak 1, water geven, mevrouw Jansen. Bak 2, dode blaadjes, meneer De Wit. Bak 3, oogsten, mevrouw Van Dijk. Zo hoeft niemand te vragen wat er moet gebeuren.

Werk in blokken van 20 minuten met daarna een pauze. Een activiteit van een uur is voor veel bewoners te lang. Zet een kruk bij de bak, zodat iemand even kan zitten zonder weg te gaan. Een tafel met een kan water en een beker erbij maakt de pauze onderdeel van het tuinieren.

Laat bewoners zelf kiezen welke taak ze doen. Een keuzebord met drie kaarten werkt beter dan een opdracht. Wie niet wil tuinieren, kan de planten water geven of de gieter vullen. Wie niet kan staan, kan de blaadjes in een emmer doen. Zo doet iedereen mee op zijn eigen manier.

Wat doe je bij warmte en droogte in een binnentuin?

Een binnentuin wordt sneller warm dan een tuin buiten. Zet bakken niet in de volle middagzon achter glas. Gebruik een schaduwdoek of een rail met een gordijn. Geef water in de ochtend, niet in de middag. Controleer de grond met je vinger: voelt de bovenlaag droog, dan geef je water.

Zet een thermometer op 1 meter hoogte bij de bak. Bij 25 graden wordt het voor sommige bewoners te warm. Open dan een raam of zet een ventilator op een rustige stand. Let op tocht, want een bewoner die stilzit koelt sneller af.

Gebruik een bodemvochtmeter als je niet zeker weet of je water moet geven. Een eenvoudige meter met een wijzer werkt goed. Zo voorkom je dat de ene bak verdrinkt en de andere uitdroogt. Een laagje grind op de potgrond houdt het vocht langer vast en houdt muggen weg.

Hoe houd je het vol als team?

Maak een weekschema met vaste dagen. Bijvoorbeeld maandag water geven, woensdag oogsten, vrijdag onderhoud. Zet het schema op een whiteboard in de gang. Wie niet kan, ruilt met een ander. Zo blijft de tuin leven, ook als er iemand ziek is.

Leg het onderhoud vast in een map. Noteer per bak welke plant er staat, wanneer je water geeft en wat opvalt. Een foto per maand laat zien hoe de tuin groeit. Dat is fijn voor de overdracht en het maakt het gesprek met bewoners makkelijker.

Betrek de familie. Een dochter die meeplant, komt vaker terug. Nodig familieleden uit voor een middag in de tuin. Zet een tafel met koffie en thee klaar. Zo wordt de binnentuin een plek waar mensen samenkomen, niet alleen een plek met planten.

Wat levert het op voor bewoners?

Tuinieren geeft beweging, zintuigprikkels en een gesprek. De geur van munt, het geluid van water en het zien groeien van een plant geven een dagritme. Bewoners die weinig praten, vertellen soms ineens over hun eigen tuin van vroeger. Dat is reminiscentie in de praktijk.

Een binnentuin vraagt weinig ruimte. Een hoek met drie bakken is genoeg. Begin klein, met een bak en een gieter. Breid uit als het loopt. Zo blijft het werk overzichtelijk en houd je het vol met het team dat er is.

Inhoud van de fiche

  1. Hoe richt je een binnentuin in voor bewoners?01 / 07
  2. Welk gereedschap werkt op hoogte?02 / 07
  3. Welke planten zijn veilig in een zorgtuin?03 / 07
  4. Hoe verdeel je de taken met een rollator?04 / 07
  5. Wat doe je bij warmte en droogte in een binnentuin?05 / 07
  6. Hoe houd je het vol als team?06 / 07
  7. Wat levert het op voor bewoners?07 / 07

Notities bij de opname

  1. rhs.org.uk
  2. cdc.gov

Verder lezen