WS-00230 D
Zingen met een gesloten groep: stem, tempo en grote teksten
Zingen met een gesloten groep bewoners: hoe je stem, tempo en liedkeuze aanpast, teksten op groot formaat maakt en vaste liedjes opbouwt.
Fiche nagekeken op 1193 woorden1 bron
- Waar de fiche ligt
- Workshops · Ref. WS-002
- Wat de fiche aanhaalt
- alzheimer-nederland.nl
- Inkeping van de lade
- Minder dan 30 dagen · Fiche nagekeken op · Terug naar de lade

Zingen met een gesloten groep betekent: je gaat niet meer naar buiten voor een optreden, maar haalt de muziek naar de kamer. Je zet de deur dicht, je gaat zitten, je begint zacht en je houdt het klein. Alles wat je nodig hebt, is je stem, een paar vaste liedjes en teksten die iedereen kan volgen. Een voorbeeld van zo'n plek waar jonge strijkers in kleine bezetting worden opgeleid, is te vinden via kamermuziek in kleine bezetting.
Hoe zing je met een gesloten groep bewoners?
Je begint met een groep van vier tot acht mensen. Groter wordt het onrustig, kleiner wordt het te intiem voor sommigen. Je gaat in een kring zitten, op gelijke hoogte. Niet achter een piano, niet bij een microfoon. Je eigen stem is het instrument.
Je begint met hummen. Twee tonen, laag, rustig. Wie meedoet, doet mee. Wie stil blijft, blijft stil. Na een minuut ga je over op een lied dat iedereen kent. Niet het lied dat jij mooi vindt, maar het lied dat zij al jaren kennen.
Je tempo ligt lager dan je gewend bent. Reken op de helft van wat een zaal verdraagt. Tussen twee regels laat je een stilte vallen. Niet omdat het moet, maar omdat het werkt: mensen met dementie hebben tijd nodig om de volgende regel op te halen.
Je stem blijft laag en warm. Hoog zingen kost energie en jaagt mensen op. Een lage, dragende toon geeft houvast. Als iemand vals zingt, laat je het staan. Vals zingen is nog steeds zingen.
Welke liedjes werken bij dementie?
Liedjes uit de jeugd werken het beste. Iemand van 85 zong op zijn vijftiende mee met wat toen op de radio was. Dat is de muziek die blijft hangen, ook als het gesprek wegvalt. Denk aan liedjes uit de jaren vijftig en zestig, psalmen en gezangen, sinterklaas- en kerstliedjes, en liedjes van vroeger thuis.
Kies liedjes met een vaste, herkenbare melodie. Liedjes met een refrein dat steeds terugkomt, doen het goed. Liedjes met lange, ingewikkelde zinnen niet. Een couplet van vier regels en een refrein van twee regels is genoeg.
Begin met drie liedjes. Niet meer. Herhaal ze elke week, in dezelfde volgorde. Herhaling is geen gemakzucht, het is de methode. Na drie weken zingt iemand die eerst zweeg het refrein mee.
Let op wat er gebeurt als een lied klinkt. Iemand die niet meer praat, kan ineens een hele regel meezingen. Dat is reminiscentie: muziek roept een herinnering op die met woorden niet meer te bereiken is. Je hoeft dat niet te benoemen. Je laat het gebeuren.
Hoe maak je teksten leesbaar op groot formaat?
Groot formaat betekent niet automatisch leesbaar. Je hebt drie dingen nodig: groot lettertype, veel contrast en korte regels.
Gebruik letters van minimaal 24 punten, liever 28. Zet de tekst in een schreefloze letter, zwart op wit of donker op licht geel. Vermijd grijs op wit en vermijd dunne letters. Zet nooit meer dan zes woorden op een regel. Dan kan het oog de regel volgen zonder te verdwalen.
Print elk lied op een apart vel. Niet twee liedjes op één blad. Geen kolommen, geen notenbalken, geen coupletaanduidingen die uitleg vragen. Alleen de titel groot bovenaan en daaronder de regels.
Leg de bladen op tafel, niet in handen. Wie een vel vasthoudt, gaat lezen in plaats van zingen. Je kunt ook een groot vel op de muur hangen, op ooghoogte van de zittende groep.
Voor wie niet meer kan lezen, wijs je de regels aan met je vinger. Of je laat de tekst weg en zingt alleen voor. Dat is geen mislukking, dat is een keuze.
Hoe houd je het tempo en de stem in een kleine kring?
In een kleine kring hoor je alles. Dat is het voordeel en het risico. Je hoort wie aarzelt, je hoort wie buiten adem raakt, je hoort wie de toon niet haalt. Je past je daarop aan.
Zing lager dan je gewend bent. Een lied dat in de kerk hoog wordt gezongen, zet je een terts lager. Je stem wordt dan minder scherp en de groep kan makkelijker volgen.
Adem tussen elke regel. Zing niet door. Mensen met een longziekte of hartklachten hebben korte adem. Als jij ademt, ademt de groep mee.
Laat het tempo zakken als iemand achterblijft. Niet versnellen om het af te maken. Je hebt geen einde nodig, je hebt een moment nodig.
Stop op tijd. Twintig minuten zingen is voor een gesloten groep vaak genoeg. Daarna is de aandacht op. Je kunt beter twee keer per week twintig minuten zingen dan één keer een uur.
Vaste liedjes opbouwen in plaats van een optreden
Als de groep niet meer naar een optreden gaat, vervalt het doel van buiten spelen. Het doel wordt binnen zingen. Dat verandert je planning.
Je werkt met een vaste set van vijf tot zeven liedjes. Dezelfde volgorde, dezelfde toonaard, dezelfde plek in de kamer. Het ritueel doet het werk: de stoelen in de kring, het eerste lied, het laatste lied. Mensen gaan zitten voordat je begint.
Je kunt een liedjesboek maken met de grote teksten, in een map die in de kamer blijft. Geen losse vellen die verdwijnen. Eén map per afdeling, met de vaste liedjes in de vaste volgorde.
Je kunt een vaste gast uitnodigen voor een instrument. Een gitaar of een accordeon geeft houvast en vult de stiltes. Kijk daarvoor naar musici die in kleine bezetting werken, zoals de musici die in de Verenigde Staten in kleine ensembles spelen en daar hun vak van maken. Zo iemand speelt zacht, luistert en past zich aan de kamer aan.
Wat doe je als iemand niet meezingt?
Niet meezingen is geen weigering. Het kan zijn dat iemand de woorden niet meer vindt, de melodie niet herkent of te moe is. Je laat het staan en zingt verder.
Je kunt naast iemand gaan zitten en zacht de eerste woorden van een regel in hun oor zeggen. Soms komt de rest dan vanzelf. Je kunt ook een hand op een arm leggen en samen wiegen op de maat.
Soms komt er een reactie die je niet verwacht: een traan, een glimlach, een hand die de maat tikt. Dat is genoeg. Je hoeft geen applaus te krijgen.
Waar let je op bij de ruimte en het moment?
Kies een vast moment. Na het eten, voor de koffie, als de ochtendzorg klaar is. Een vast moment werkt beter dan een mooi moment.
Zet de deur dicht. Geluid van de gang, de televisie of de kar met wasgoed breekt het zingen. Vraag collega's om tien minuten stilte. Dat is geen luxe, dat is voorwaarde.
Zorg voor licht. Oudere ogen hebben meer licht nodig om een tekst te lezen. Zet een lamp bij de map of hang het grote vel bij het raam.
Zet geen stoelen in rijen. Een kring laat zien dat iedereen meedoet. Een rij maakt van jou de artiest en van hen het publiek. Dat is precies wat je niet wilt.
Zo begin je volgende week
Kies drie liedjes. Print ze op groot formaat. Zet acht stoelen in een kring. Zing twintig minuten, laag en rustig. Herhaal dat volgende week met dezelfde liedjes. Meer is het niet.
Inhoud van de fiche
- Hoe zing je met een gesloten groep bewoners?01 / 08
- Welke liedjes werken bij dementie?02 / 08
- Hoe maak je teksten leesbaar op groot formaat?03 / 08
- Hoe houd je het tempo en de stem in een kleine kring?04 / 08
- Vaste liedjes opbouwen in plaats van een optreden05 / 08
- Wat doe je als iemand niet meezingt?06 / 08
- Waar let je op bij de ruimte en het moment?07 / 08
- Zo begin je volgende week08 / 08
Notities bij de opname


